Opvoedingsthema's

MOGEN KINDEREN NOG GESTRAFT WORDEN?

De provincie Vlaams Brabant organiseerde in samenwerking met opvoedingswinkel Leuven een avond met gastspreker Wendy Hölzken.

Na een maatschappelijke evolutie van ‘autoritair’ opvoeden naar ‘een vrije‘ opvoedingsstijl, blijkt er nu een periode aangebroken dat ouders durven aangeven dat opvoeden moeilijk is en dat ze zich wel eens onzeker voelen bij het opvoeden van hun kinderen. We hebben het met z’n allen zeer druk maar spelen ondertussen ‘taxichauffeur’ om onze kinderen van de ene activiteit naar de andere te brengen.... we willen misschien wel ‘te goed’ opvoeden?!
Wendy Hölzken geeft aan dat opvoeden een zoekproces is en dat opvoeders kwetsbaar zijn.
Er bestaat geen basishandleiding voor opvoeden maar Wendy Hölzken benadrukt wel dat ‘grenzen stellen’ belangrijk is in het opvoedingsproces. Een kind kan maar groeien en zichzelf ontplooien wanneer het een duidelijk kader aangeboden krijgt met duidelijke grenzen.

Opvoeden is ...
 grenzen stellen wat niet hetzelfde is als ‘afknotten’, het gaat juist over kansen bieden
botsen... botsingen horen erbij, kinderen willen weten waar de grens is en tasten deze
voortdurend af
 een moeilijke evenwichtsoefening: zoeken naar de balans tussen een warme band met je kind EN
duidelijk kunnen optreden als dat nodig is

Opvoedingsstijlen
 de autoritaire opvoedingsstijl
 de autoritatieve opvoedingsstijl
 de ‘laissez-faire’ of permissieve stijl
 de verwaarlozende opvoedingsstijl

Wendy Hölzken overloopt de verschillende opvoedingsstijlen en staat stil bij de gevolgen van de verschillende opvoedingsstijlen op de ontwikkeling van kinderen.

De autoritaire stijl
 strikte regels, ouders zijn de baas
 ouders houden weinig of geen rekening met de behoeften en verlangens van het kind
 kinderen leren niet omgaan met hun groeiend vermogen om verantwoordelijk te zijn voor eigen
doen en laten
 kinderen gehoorzamen hier eerder vanuit angst en om straf te vermijden

De autoritatieve stijl
 kinderen luisteren naar hun ouders maar ouders luisteren ook naar hun kinderen
 er zijn duidelijke regels
 er worden eisen gesteld aan kinderen
 er wordt rekening gehouden met de wensen en behoeften van kinderen
 er is ruimte voor overleg
 valkuil: niet ALLES moet bespreekbaar zijn, want dan loopt het mis
 kinderen worden gerespecteerd en krijgen voldoende houvast, deze opvoedingsstijl biedt de
beste ontwikkelingsuitkomsten
 gebalanceerd mengsel van ondersteuning en warmte, aangeven van grenzen en de opvolging daarvan

De permissieve stijl
 weinig grenzen, weinig eisen: het kind kan doen wat het wil
 ouders geven wel positieve aandacht
 aan ALLE initiatieven van het kind wordt tegemoet gekomen
 kind krijgt te veel verantwoordelijkheid, dit leidt tot onzekerheid of grenzeloosheid

De verwaarlozende stijl
 weinig grenzen, weinig eisen, geen richtlijnen voor gedrag, controleren niet
 ouders geven GEEN positieve aandacht, ondersteuning of stimulering
 kind krijgt te veel verantwoordelijkheid, dit leidt tot onzekerheid of grenzeloosheid

De permissieve en verwaarlozende stijl groeien vaak voort uit het zich willen afzetten tegen eigen ervaringen met de autoritaire opvoedingsstijl. Aan de hand van een aantal ‘kleuter koning’- videofragmenten staan we stil bij de gevolgen van gebrek aan grenzen: niet leren omgaan met frustraties, domineren van de ouders, ongehoorzaamheid, druk gedrag, onveilig en niet geliefd gevoel...

Regels
 stellen ouders vooraf
 gelden altijd
 vragen om duidelijke uitleg

Grenzen
 daar lopen kinderen tegen aan
 zijn niet altijd precies hetzelfde
 vragen dus om extra duidelijkheid

Het belang van regels en grenzen
 regels zijn niet belastend, maar ontlastend
 voorkomen steeds dezelfde discussie
 bevorderen de sfeer
 bieden veiligheid
 geven houvast
 stimuleren het zelfvertrouwen
 brengen een kind respect bij
 leren het kind rekening houden met anderen

Gezonde grenzen
 zijn aangepast aan leeftijd, ontwikkeling en capaciteiten van het kind
1,5-3 jaar: regels in nabijheid van ouders
3+: kan al beter zelf de regels bewaken
6+: echt geweten komt tot stand
pubers: botsen tegen grenzen helpt in ontwikkeling naar zelfstandigheid

Duidelijke regels en grenzen
 maak duidelijk wat wel en niet mag
 leg uit waarom
 formuleer duidelijk
 maak afspraken
 beloon gewenst gedrag
 straf (met mate) wanneer een kind voortdurend de grens overschrijdt (ongewenst gedrag)
 wees consequent
 ga na of je kind de regel begrijpt
 geef het goede voorbeeld

Belonen en straffen
 belonen is belangrijker dan straffen
 je beloont door je kind te vertellen wat hij goed doet, door aandacht te geven (compliment,
knuffel, knipoog...)
 vaak worden kinderen beloond voor het stellen van negatief gedrag, gewoon omdat ze er aandacht
voor krijgen
 straffen is het laten volgen van iets onaangenaams op het ongewenste gedrag zodat de kans
verhoogt dat dit gedrag in de toekomst achterwege blijft
 straffen doe je als kinderen (na waarschuwing) steeds de grens weer overschrijden
 straffen doe je bij problematisch gedrag

Verantwoorde straffen
 sociale straf: afkeuren met woorden van bepaald gedrag, vastberaden en kordaat, in oogcontact
met het kind en in fysieke nabijheid van je kind
 activiteitsstraf: verbieden van aangename bezigheden of het gebieden van onaangename
bezigheden ( extra taak, een correctie op het gestelde gedrag, ...)
 je kan ook vragen aan het kind om het gedrag eens juist uit te voeren: het correcte gedrag
aanleren en oefenen
 wees duidelijk over de inhoud, de duur, de reden van de straf
 je geeft eerst een waarschuwing en je houdt je aan het gevolg wanneer je kind de afspraak niet
nakomt
 opgelet: straf kan haar doel missen als straf een beloning wordt: als straffen betekend dat
kinderen dan wel aandacht krijgen van de ouders
 beperk straf tot het meest storende gedrag
 heb oog voor wat wel goed loopt en beloon dit gewenste gedrag
 keur het gedrag van je kind af, niet zijn hele persoon
 geen zware straffen!

Samenvatting van de vormingsavond: ‘ Mogen kinderen nog gestraft worden? door Wendy Hölzken.

OMGAAN MET PUBERS

‘DE PUBERTEIT’:
Een proces van leiden naar begeleiden, van discussiëren naar onderhandelen’

De puberteitsperiode is te situeren tussen 11 en 14 jaar en wordt gekenmerkt door grote veranderingen. Het is een eerste aanloop naar de adolescentie.
Tijdens deze ontwikkelingsfase maken pubers een enorme ontwikkeling door op lichamelijk, verstandelijk en sociaal-emotioneel vlak waardoor zij ook op psychologisch gebied met heel wat zaken worstelen.

In samenwerking met Vormingplusoostbrabant organiseerde de opvoedingswinkel gedurende vier avonden vorming- en uitwisselingsbijeenkomsten voor ouders met pubers.
Volgende thema's kwamen aan bod:
Kenmerken en veranderingen tijdens de ‘puberteit’, zelfbeeld en zelfvertrouwen, praten met je tiener, omgaan met conflicten, straffen en belonen.
Verder werd de methodiek van het werken met kernkwaliteiten aangereikt om te leren kijken naar ons eigen functioneren als ouder in samenspel met onze partner en kinderen.

1. KENMERKEN EN VERANDERINGEN TIJDENS DE PUBERTEIT

Lichamelijke ontwikkeling
 snelle, ingrijpende veranderingen waardoor het lichaam vreemd en onwennig
aanvoelt
 onzekerheid, schamen zich snel, blozen
 uiterlijk wordt als zeer belangrijk ervaren
 vergelijken zich met leeftijdsgenoten
 ontdekken van seksuele behoeften en aantrekkingskracht bij het andere geslacht
 veranderende hormoonhuishouding met stemmingswisselingen, wisselende eetlust,
slapeloosheid, zweten, acné...
 spannende maar kwetsbare periode

Verstandelijke ontwikkeling
 toenemend vermogen tot ‘abstract denken’
 nadenken over goed en kwaad, belangstelling voor wereldproblemen groeit
 duidelijke standpunten durven innemen
 wisselende gedachten vanuit het zoeken naar een eigen mening
 rechtlijnig, zwart-wit denken
 kritisch ten opzichte van zichzelf en anderen

Sociaal-emotionele ontwikkeling
 zoektocht naar een eigen identiteit: wie ben ik, wat wil ik, wat kan ik, wat
vind ik?
 leeftijdsgenoten zijn belangrijker dan ouders, familie... ze begrijpen elkaar,
hebben dezelfde interesses,...
 leren omgaan met relaties, vriendschappen, vriendengroepen, ... horen bij een
groep geeft meer zelfvertrouwen
 pubers doorworstelen een noodzakelijk losmakingproces waar hevig verzet tav
ouders een onderdeel van vormt
 pubers zoeken een weg naar zelfstandigheid

Streven naar onafhankelijkheid
 zelf beslissingen nemen en keuzes maken:
zelf kleren mogen kiezen, eigen vrienden kiezen, eigen bezigheden bepalen
 nood aan privacy: eigen kamer, eigen spullen, ...

Experimenteren
 veel experimenteergedrag om ervaringen op te doen, te kunnen ‘ondervinden’ waar
ze zich al dan niet goed bij voelen
 voorbeelden: te pas en te onpas eigen mening geven, ander taalgebruik, geen
huiswerk maken, verschillende kleren en kapsels uitproberen, spijbelen, roken,
drugs, snel wisselende relaties, ...

2. OMGAAN MET PUBERS: ZELFBEELD EN ZELFVERTROUWEN

 zelfbeeld = beeld dat je hebt over jezelf, hoe je over jezelf denkt
 het zelfbeeld is medebepalend voor hoe de puber zich voelt en voor wat hij doet
 een puber met een positief zelfbeeld kan zich beter ontwikkelen, voelt zich
beter, heeft betere relaties met zijn omgeving
 het zelfbeeld wordt opgebouwd en aangeleerd door reacties van anderen: door
complimenten, opbouwende kritiek, door verantwoordelijkheid te geven
 zelfvertrouwen = vertrouwen in en op jezelf en groeit zichtbaar wanneer we
waardering krijgen
 zelfvertrouwen en zelfbeeld hangen nauw samen, beïnvloeden elkaar:
- een puber met een negatief zelfbeeld ontwikkelt een laag zelfwaardegevoel en
zo een laag zelfvertrouwen
- een puber met een positief zelfbeeld weet waar hij goed in is en ontwikkelt zo
een stevig zelfvertrouwen
 zelfvertrouwen is belangrijk om je goed te voelen, om de realiteit onder ogen
te kunnen zien, om met anderen contact te kunnen leggen, om door te zetten met
wat je begint ...
 je versterkt zelfvertrouwen door:
- je puber dingen te laten doen die hij kan, zonder onmogelijke verwachtingen
- je puber te stimuleren om verantwoordelijkheid voor eigen daden op te nemen
- je puber te herinneren aan dingen die goed gelukt zijn
- je puber de kans te geven om te leren uit zijn eigen fouten
- zijn talenten te helpen ontdekken
- te laten voelen dat je van je puber houdt

3. PRATEN MET JE PUBER

Vanuit het inzicht dat een puber in volle ontwikkeling is, en nood heeft aan ruimte om te experimenteren kunnen we hun gedrag veel beter begrijpen. Bovendien zijn de hersenen van pubers nog volop in ontwikkeling. Verantwoordelijkheid voor wijze en evenwichtige beslissingen ontwikkelt zich pas tegen 16 jaar en overstijgt tegen 20 jaar het impulsieve denken. Een puber is nog geen goede organisator, kan nog geen verschillende taken tegelijk aan. Een positieve communicatie in het gezin is mogelijk als we dit alles in ons achterhoofd houden.

Een aantal richtlijnen voor een goede communicatie in het gezin:

 praten vergt tijd en ruimte
 belangrijk is het kunnen kalm blijven
 sta stil bij de vraag/ het probleem en hoe jullie zich daar beide bij voelen
 vertrek vanuit een houding waarbij je je puber aanvaardt zoals hij is, los van
wat hij doet, geef liefde en waardering, geloof in je kind
 sta open voor zijn verhaal, zijn zienswijze, toon begrip en leg jouw visie
naast de zijne om van daaruit samen te discussiëren en te onderhandelen
 wees duidelijk en voorspelbaar zowel in het stellen van eisen als het trekken
van grenzen dit creëert veiligheid, een basisbehoefte noodzakelijk voor een
goede relatie en communicatie
 laat je niet manipuleren door: drammen en zeuren en zagen, agressie,
negeergedrag, inspelen op gevoelens, dreigen en chanteren
 straffen vermijdt je zoveel mogelijk maar dien je wel aan te wenden wanneer
regels overtreden worden: maak hier duidelijke afspraken over
 belonen doe je vooral door positieve feedback te geven op al wat goed loopt
 meer informatie over onderhandelen met je tiener in het boek: ‘praten met je
tiener’(zie bibliografie)

Samenvatting van de vormingsavonden begeleid door Yola Thienpont
Omgaan met pubers - In de puberteit ___________________________________________________________________________________________________

Bibliografie:
Praten met je tiener - De stap van discussiëren naar onderhandelen, Adriaenssen Peter,2006,Lannoo , ISBN 978-90-209-6759-3
Omgaan met conflicten, tekst op te vragen via internet, 2007, Waes Luc

LEVEN IN EEN NIEUW SAMENGESTELD GEZIN

“Leven in een nieuw samengesteld gezin is een ingewikkeld proces. Het vergt moed en vertrouwen, tijd en geduld, kent ups en downs en vraagt flexibiliteit. Het veronderstelt ‘zachtmoedigheid’ ten opzichte van alle betrokkenen. Zacht, liefdevol en begrijpend, maar moedig in het stellen van grenzen en duidelijkheid”

In samenwerking met Vormingplusoostbrabant organiseerde de opvoedingswinkel gedurende drie avonden vorming- en uitwisselingsbijeenkomsten met ouders die leven in een nieuw samengesteld gezin. De informatie over ‘leven in een nieuw samengesteld gezin’ die reeds in een voorafgaande informatieavond werd meegegeven werd verdiept door inbreng van eigen ervaringen. Er werd stilgestaan bij verhalen waar we als gezin in onze kracht staan, momenten van harmonie en verbinding. Anderzijds waren er verhalen van onmacht, waar loslaten, ruimte en tijd geven helend werken. Verder werd de methodiek van het werken met kernkwaliteiten aangereikt om te leren kijken naar ons eigen functioneren als ouder en zorgouder in samenspel met alle leden die deel uitmaken van ons nieuw samengesteld gezin.

Een nieuw samengesteld gezin kent een andere dynamiek dan een kerngezin. Je wordt verliefd op iemand, al of niet met kinderen. Kinderen maken vanaf het begin deel uit van de nieuwe relatie, er is vaak minder tijd en ruimte om ‘te wennen’ aan elkaar. Partners kiezen voor elkaar, de kinderen hebben geen keuze! Verdriet en verlies spelen een rol, vooral bij de kinderen. Iedereen is zoekende naar een eigen plek in het nieuwe gezin. De biologische ouder blijft aanwezig in het nieuwe gezin en kinderen leven vaak in twee gezinnen.

Een nieuw samengesteld gezin doorloopt verschillende fasen
In ‘de droomperiode’ kunnen partners alles aan, ze doen ontzettend hun best en hebben weer hoop na een scheiding. Praten en denken over de toekomst komt ruim aan bod.
De periode van ‘het wakker liggen’ breekt aan wanneer de dingen anders lopen dan verwacht.
Irritaties en negatieve gevoelens steken de kop op, spanningen nemen toe.
In de periode van ‘de nachtmerrie’ nemen negatieve gevoelens en teleurstelling ten aanzien van de kinderen van de nieuwe partner toe. Frustratie, onzekerheid en schuldgevoelens maken dat de zorgouder het niet langer aan kan. We merken dat de nieuwe partners met elkaar gaan praten, hulp zoeken of de relatie stopzetten.
Uiteindelijk komt het gezin in de fase van ‘droom en werkelijkheid’ terecht. Er ontstaat een nieuwe harmonie, er komt meer evenwicht tussen geven en ontvangen, er ontstaat een eigen
gezinscultuur. Er ontstaan onderlinge loyaliteiten en zorgouders krijgen steeds meer respect en vertrouwen. Op emotionele momenten is er wel nog sprake van verschillende partijen.

Valkuilen voor zorgouders, hoe voorkomen?
Blijf als zorgouder op de achtergrond, je stiefkind heeft tijd nodig om een band met jou op te bouwen, als zorgouder moet je eerst verdienste verwerven. Realistische verwachtingen, rustig afwachten en vooral tijd en ruimte geven doen wonderen

Tips en aandachtspunten
 Regelmatig met zijn allen praten, houdt de communicatie open.
 Kinderen en partners krijgen graag ruimte en tijd om zich aan te passen
 Het helpt als partners gezamenlijk bespreken welke regels zij willen
hanteren in de opvoeding van hun kinderen, houd je hier ook aan.
 Incidenten en conflicten in het gezin horen erbij, maak ze bespreekbaar.
 Je hoeft niet evenveel van je stiefkinderen te houden als van je eigen
kinderen en bovendien: liefde kan groeien!
 Het helpt als je lastig gedrag van kinderen ziet als een uiting van:’ zoeken
en aanpassen aan de nieuwe situatie’
 Zowel de kinderen als zorgouders kunnen overgevoelig reageren
 Investeren als partner in je relatie brengt op.
 Regelmatig tijd maken voor jezelf en doen wat je graag doet resulteert in
positieve energie

Noden van de kinderen evolueren naar gelang de leeftijd.
Van 0 tot 3 jaar is het belangrijk dat de primaire zorg wordt opgenomen.
Van 3 tot 5 jaar verzetten kinderen zich tegen de nieuwe situatie. Ze voelen verlies, zijn bang dat ook de andere ouder zal wegvallen, voelen zich schuldig en begrijpen niet wat er gebeurd. Vaak zakken ze even terug in hun ontwikkeling door bv. opnieuw in bed te plassen.
In de periode van 5 tot 8 jaar is een scheiding een zware emotionele belasting. Ze geloven nog in sprookjes en de sint maar hun denken verandert snel. Ze maken zich zorgen en willen troosten.
8 tot 12 jarigen kunnen al iets makkelijker met een scheiding omgaan. Ze hebben leren denken, richten zich al meer tot vriendjes.
Pubers en adolescenten reageren vaak heftig op een scheiding. Ze zijn zelf in een fase waarin ze zoekende zijn, een scheiding kan hun verwarring versterken. Ze hebben ook last van schuldgevoelens. Zij hebben nood aan emotionele rust bij hun ouders om hun eigen verwardheid te milderen. Een verliefde ouder kan verwarrend zijn, jongens zullen hun vader missen, meisjes hun moeder. Als ouders vertellen over hun nieuwe liefde en sexualiteit kan dit zeer belastend zijn voor jongeren.

tips van jongeren aan zorgouders

 Hou afstand
 Geef ons de tijd
 Respecteer de regels die er al zijn in ons gezin
 Overleg met onze ouders over nieuwe regels
 Leg regels niet zelf op, laat onze ouder dat doen
 laat ons kiezen hoe we je noemen
 Blijf wie je bent, doe je niet anders voor
 Probeer met ons te praten
 Zoek nieuwe activiteiten om samen te doen
 Doe eens iets met ons alleen
 Kraak onze andere ouder niet af
 Laat ons onze plaats behouden, ook als je zelf (opnieuw) vader of moeder
wordt

de kracht van een nieuw samengesteld gezin

 Samen aan oplossingen werken leidt tot wederzijdse waardering
 Kinderen hebben nu een grotere familie
 Met je zorgouder kan je soms praten over zaken die je niet zo makkelijk met
je ouders deelt
 Je leert ook van je zorgouder
 Kinderen leren zich makkelijker aanpassen aan nieuwe situaties
 Gaandeweg komt er een gevoel van geborgenheid en tevredenheid
 Leven in een nieuw samengesteld gezin is een investering, als het lukt, weet
ieder gezinslid hoe waardevol het is!

Samenvatting van de vormingsavonden begeleid door Yola Thienpont
Een nieuw samengesteld gezin, een mikadogezin, een puzzelgezin, ... een gewoon ongewoon gezin!? ____________________________________________________________________________________

Bibliografie
Bijna Familie - Over nieuw samengestelde gezinnen, Kaat Schaubroeck,2005, Standaard Uitgeverij, ISBN 90 02 21444 Samen gesteld – De dynamiek van het stiefgezin, Letje Heybroek-Hessels en Boukje Overgauw, 2004, Uitgeverij SWP Amsterdam, ISBN 90 6665 541 0
Twee ouders apart – Jongeren over de scheiding van hun ouders, Els Put, 2004, Uitgeverij Lannoo nv, Tielt,
ISBN 90 209 5760 0